HCH foto collectie / Ahaetulla_fasciolata
HCH Caresheets

Soort: Ahaetulla prasina

Nederlandse naam: groene twijgslang
Land van herkomst: Zuid-Oost Azië (Thailand, Singapore, Indonesie)
Grootte: 160-200cm, Mannetjes zijn met ca. 160cm uitgegroeit terwijl vrouwtjes lengtes tot 200cm kunnen halen.

Kleur: De rug heeft een lichtgroen basiskleur. Wanneer deze slangen in dreighouding staan wordt de tussenhuid zichtbaar waar witten en zwarte shubben te zien zijn. De buik is bij deze soort lichter van kleur dan de rug en flanken

Omschrijving: Een zeer slanke slang die niet veel dikker wordt dan een vinger. Ze hebben een spitse snuit met naar voren gerichte ogen. Als een van de weinige slangensoorten is deze slang in staat om goed diepte in te schatten. Dit in combinatie met hun camouflagekleuren is dit een uitstekend toegeruste slang voor het vangen van kleine hagedissen, kikkers en knaagdieren. Deze slangen zijn ophistoglyf wat inhoudt dat ze giftandjes achter in de bek hebben waarmee ze op hun prooien kauwen en op die manier het gif in hun prooi inbrengen. Voor de mens is dit gif niet gevaarlijk. Het is een hele rustige, weinig agressieve slang.

Terrarium:Oerwoudterrarium; hoger dan breed; met een dichte beplanting met smalle klimtakken waartussen de dieren zich goed kunnen verstoppen.
Temp/ Luchtvochtigheid: 24-28°C/ 75-80% overdag, 22-24°C/ 85-100% 's nachts

Voedsel: Door een hagedis of kikker goed tegen voedermuizen aan te wrijven zijn deze dieren te gewennen aan het eten van kleine knaagdieren. In het wild voeden ze zich met hagedissen, kikkers, jonge vogels en soms hun eieren.